|
De eerste en meest essentiële verplichting is dat elke medeëigendom
beheerst moet worden door een basisakte en een reglement van medeëigendom.
Daarnaast is men vrij om al dan niet een huishoudelijk reglement
op te stellen.
Is er geen basisakte en/of reglement van medeëigendom (of
zijn ze er wel maar zijn de bepalingen hierin onduidelijk of tegenstrijdig),
dan voert de wet een wettelijk vermoeden in dat als volgt luidt
: "Alle gedeelten van gebouwen of gronden die tot het gebruik
van alle medeëigenaars of van enkelen onder hen bestemd zijn,
worden geacht gemeenschappelijk te zijn". In het eerste geval
(alle eigenaars) spreekt men van een "algemene onverdeeldheid",
in het tweede geval (enkelen onder hen) van een "bijzondere
onverdeeldheid".
Voorbeelden van een bijzondere onverdeeldheid : de liften die
enkel de verdiepingen - en niet de gelijkvloerse verdieping -
bedienen; de centrale verwarmingsinstallatie voor één
bepaalde vleugel van het gebouw, een voetgangerstoegang tot een
garagegedeelte in een gebouw, enz.
Inhoud van de basisakte
In de basisakte moet het volgende staan :
- Een beschrijving van het onroerend goed en van de private
en gemeenschappelijke delen;
- De bepaling van het aandeel van de gemeenschappelijke delen
dat aan ieder privatief deel is verbonden, rekeninghoudend met
de respectievelijke waarde ervan.
De rechter kan aldus de verdeling van de kwotiteiten controleren
en eventueel wijzigen indien blijkt dat er een te grote onevenredigheid
bestaat tussen de quotiteit in de gemeenschap en de waarde van
het privatief deel. Uiteraard mag van deze mogelijkheid geen misbruik
gemaakt worden en mogen enkel flagrante onevenwichten worden rechtgezet.
Inhoud van het reglement van medeëigendom
Het reglement van medeëigendom moet bevatten :
- De rechten en plichten van iedere medeëigenaar betreffende
de privatieve en gemeenschappelijke delen;
- De criteria en de berekeningswijze van de verdeling van de
lasten;
- Alles i.v.m. de algemene vergadering;
- Alles i.v.m. de syndicus.
De basisakte en het reglement van medeëigendom vormen samen
de statuten van het gebouw, zoals we die kennen bij vennootschappen
en verenigingen. Artikel 577-4,§ 1 bepaalt dat de basisakte
en het reglement van medeëigendom in een authentieke akte
verleden moeten worden. Dit impliceert dus telkens de tussenkomst
van een notaris en een overschrijving op het hypotheekkantoor.
Artikel 577-4, § 3 verbiedt uitdrukkelijk een clausule in
de statuten waarin het recht van een medeëigenaar wordt beperkt
om het beheer van zijn kavel aan iemand anders toe te vertrouwen.
Een clausule waarin staat dat bijvoorbeeld alleen de syndicus
het beheer van een appartement mag waarnemen, wordt als onbestaande
beschouwd.
|