webdesign JMA - bezoek onze website


Bij wet van 30 juni 1994 (B.W. artikel 577-3) heeft de wetgever bepaald dat er sprake is van medeëigendom - en aldus van een vereniging van medeëigenaars - van zodra er sprake is van :
- een gebouw (of groep van gebouwen);
- waarvan het eigendomsrecht tussen verschillende personen verdeeld is;
- volgens kavels die elk een gebouwd privatief én een gemeenschappelijk onroerend bestanddeel bevatten.

Deze nieuwe wet breit een heel stuk aan artikel 577bis van het Burgerlijk Wetboek. Voortaan bestaat het hoofdstuk "Medeëigendom" van het B.W. uit twee afdelingen. De eerste afdeling regelt de gewone medeëigendom en de gedwongen medeëigendom in het algemeen (komt grotendeels overeen met het oude art. 577bis B.W.), de tweede afdeling regelt specifiek het statuut van de gedwongen medeëigendom van gebouwen en groepen van gebouwen (art. 577-3 tot 577-14 B.W.). Alle bepalingen van deze afdeling zijn van dwingend recht. Dit betekent dat de partijen er onderling niet kunnen van afwijken.

Uitzondering :

Indien U wordt geconfronteerd met een dergelijk gebouw en toch niet wilt dat de nieuwe wet erop van toepassing is, dan moet de medeëigendom aan 2 voorwaarden voldoen, namelijk dat :
- de toepassing van de wet niet verantwoord is wegens de aard van de goederen;
- alle onverdeelde medeëigenaars akkoord gaan dat deze wetsartikelen niet toegepast worden.

Voorbeeld :

Twee personen bezitten samen een gebouw van 2 verdiepingen waarin ze 2 privatieve appartementen hebben gemaakt. Enkel de grond, de buitenmuren en het dak van het huis blijven in medeëigendom. Zij zijn niet verplicht om de wettelijke verplichtingen (syndicus, publiciteit, algemene vergaderingen,...) na te leven.

Hetzelfde geldt voor eigenaars die enkel gemeenschappelijke putten en af- of aanvoeren hebben.

Het is wel noodzakelijk dat in een dergelijk geval alle medeëigenaars akkoord gaan om deze wetsbepalingen uit te sluiten en aldus niet toe te passen.

Het voornaamste aspekt van de wetgeving is het feit dat de vereniging van medeëigenaars rechtspersoonlijkheid bezit. Dit betekent dat de vereniging op zichzelf bestaat zoals een fysische persoon, een vennootschap of een v.z.w. De vereniging kan dus ook voor de rechtbank gedagvaard worden.

De vereniging van medeëigenaars verkrijgt maar rechtspersoonlijkheid als aan twee voorwaarden is voldaan :
1. Er moet een onverdeeldheid (gedwongen medeëigendom) bestaan. Dit betekent dat er minstens 2 eigenaars moeten zijn met elk een kavel;
2. De statuten moeten overgeschreven zijn op het hypotheekkantoor. De voor eensluidend verklaarde plannen van het gebouw kunnen daarbij gevoegd worden.

Om te vermijden dat de vereniging van medeëigenaars andere activiteiten ontplooit, zoals bijvoorbeeld het verhuren van appartementen en zo een oneigenlijke vennootschap wordt, heeft de wetgever in artikel 577-5 § 3 het maatschappelijk doel van de vereniging van medeëigenaars op een beperkende wijze omschreven. Haar doel bestaat uitsluitend in het behoud en het beheer van het gebouw of de groep gebouwen. De wet bepaalt ook dat het vermogen van de vereniging enkel en alleen kan bestaan uit roerende goederen nodig voor de verwezenlijking van haar doel.