webdesign JMA - bezoek onze website



Alhoewel de wet het letterlijk heeft over de "eigendomsoverdracht" van een kavel en dit veel ruimer is dan enkel een verkoop, beperken we ons hierna tot de verkoop van een kavel omdat dit de meest gebruikelijke wijze van eigendomsoverdracht is.

De verhouding koper-verkoper spitst zich toe op de vraag wie wat vanaf wanneer moet betalen. Bij een verkoop moet de notaris aan de syndiucs per aangetekende brief een overzicht vragen :
1. van de kosten die m.b.t. het gebouw gemaakt zullen worden. Dit zijn de onderhouds-, herstellings- of vernieuwingskosten voor werken waarvan in een algemene vergadering besloten werd om deze te verrichten, maar waarvan op het ogenblik van de verkoop de betaling nog niet opeisbaar is.
2. van de kosten verbonden aan het verkrijgen van gemeenschappelijke gedeelten waarvoor de betaling nog niet is gebeurd.
3. van de vaststaande verschuldigde bedragen die tengevolge van geschillen ook nog niet opeisbaar zijn.
De syndicus moet dit overzicht binnen 15 dagen melden aan de notaris.

Bij een verkoop moet de nieuwe eigenaar de hogervermelde sommen en schulden betalen vanaf de datum van de overdracht. Dit is een dwingende bepaling, de partijen kunnen er dus niet rechtsgeldig van afwijken. Ook het bedrag van de gewone lasten moet hij vanaf die datum dragen.

Uitgaven voor niet-noodzakelijke werken waarover vroeger reeds is beslist, moet hij niet betalen. De partijen doen er goed aan dit alles contractueel te bevestigen of anders te beslisen zodat hierover later geen discussies meer kunnen ontstaan.

De verhouding tussen de verkoper en de vereniging van medeëigenaars spitst zich voornamelijk toe op de vraag naar het lot van het werkkapitaal en het reservekapitaal.

De voorschotten die de medeëigenaars periodiek moeten betalen voor telkens weerkerende uitgaven, zoals verwarmings- en verlichtingskosten van de gemeenschappelijke delen - brandpolis gebouw - syndicus - onderhoudskontrakten - enz., vormen samen het "werkkapitaal".

De sommen die de medeëigenaars periodiek moeten betalen voor dekken van niet-periodieke uitgaven, zoals uitzonderlijke lift- of dakherstellingen - aankoop van investeringsgoederen - enz., vormen samen het "reservekapitaal".

De wet bepaalt dat de uittredende medeëigenaar (meestal de verkoper), het recht heeft op terugbetaling door de vereniging van medeëigenaars van het deel in het werkkapitaal voor de periode tijdens dewelke hij niet effectief gebruik maakte van de gemeenschappelijke gedeelten.